DEET smeren tot je vingers ervan gloeien

Deze morgen moesten we vroeg uit bed, want om 6u30 zouden we opgepikt worden om naar Tortuguero te rijden.De jetlag hielp méér dan een handje; we waren allemaal wakker om 4u.

Toen we om halfzes zaten te ontbijten, waren we nog alleen in de ontbijtkamer, maar langzaam liep het zaaltje vol. Allemaal Nederlanders, op weg naar Tortuguero. Gelukkig moesten zij mee met een andere bus en zouden wij toch wat gespaard blijven van die massabedoening.

Onze bus kwam wat later en dat dé surprise van de dag. Een grote lijnbus, vol met toeristen richting Tortuguero. Mensen die we op de luchthaven hadden leren kennen, zaten niet op de bus. Later bleek dat er niet één, maar twee grote bussen die richting uit reden. De gids deed zijn best om de boel te animeren en gaf heel wat informatie mee. Van naaldje tot draadje werd het programma van de komende twee dagen uit de doeken gedaan. We aten nog een voortreffelijk ontbijt in El Ceibo (Guapiles) en we waren klaar voor het laatste uurtje op de bus.

Even voor de kust moesten we dan overstappen op een bootje dat ons naar het hotel zou brengen. Het was weer enorm beginnen gieten en het haventje van La Pavona was één grote modderpoel. Het was een hele kunst om onbevlekt in de boot te geraken.

Groot was onze opluchting toen van onze bus/boot slechts 7 mensen uitstapten aan Hotel Evergreen. Eenmaal aan land werd de opluchting nog groter, want dit is werkelijk een formidabele plek. We slapen in nette houten huisjes die middenin het regenwoud ingeplant zijn. Paraplu’s en twee schommelstoelen op elk terras. Dit is het soort plekken dat in Zambia 800USD per nacht per persoon zou kosten. Ik durf Anita niet goed vragen hoeveel wij hier betalen. Hopelijk iets minder.

Enige minpunt was de regen, die nog steeds bij bakken uit de hemel bleef vallen. Wij dachten dat het regenseizoen hier bestond uit een dagelijkse regenvlaag en voor de rest stralend weer. Vandaag niet dus. En met onze kennis van de Belgische regen wisten we dat dit soort regen gerust nog twee weken kan aanhouden.

Terwijl we genoten van een voortreffelijke lunch, maakten we kennis met het Italiaanse koppel dat samen met een Nederlands koppel ons groepje zou vormen. Oef, toch een eerder kleinschalige aanpak. En wonder bij wonder, het stopte met regenen. Geen stralende zon, dat niet. Maar meteen het leuke gevolg van 30° en 100% relatieve vochtigheid: zweten als de beesten.

Deze namiddag maakten we een korte boswandeling om kennis te maken met het regenwoud. Modder, krabben in de bomen, giftige slangen, wonderlijke bloemen. En nat. Hier in Tortuguera valt jaarlijks 5000 à 6000 milimeter regen. Combineer dat met een temperatuur die continu rond de 30° zit en je hebt de ideale serre. Hoewel. De struggle for life is hier even radicaal als tussen de beesten in de Afrikaanse savannes, al zijn het hier de planten die vechten. Vechten om zonlicht op te vangen. De gids legde haarfijn een paar taktieken uit. Mooiste was de palm die pijlvormige haken heeft aan het einde van elke tak en zich zo optrekt richting zon.

 

Onderweg kwamen we nog een kleine gifslang tegen die beschikt over infraroodzicht waarmee ze kan weten of haar volgende doelwit een levend dier is. Het beestje was amper 25cm lang, minder dan een centimeter diameter, maar zou dodelijk zijn voor een mens.

We kregen slechts een een glimp te zien van de onwaarschijnlijke schoonheid van dit biotoop, maar waren nu al onder de indruk.

 

We hadden geen DEET mee en we hebben het geweten. We hadden ons vooraf goed ingesmeerd, maar het zweet spoelde alles snel weg en daarna hadden de mosquito’s vrij spel.

Vanavond zijn Maarten en Anita naar de schildpadden gaan kijken. De spelregels waren heel strikt: donkere kleren aandoen, geen enkele camera of ander electronisch toestel meenemen. Na lang wachten waren ze eindelijk aan de beurt om eens te gaan kijken. Na enkele minuten werden ze afgelost door een andere groep. Het is en blijft een fascinerend gebeuren, maar de beleving is hier heel wat minder intens dan in Sukamade, Indonesië.

Geef een antwoord