Walvis Bay

De nachtelijke avonturen van Maarten

Om 4u30 liep de wekker af. volkomen overbodig, want ook deze nacht had ik maar een paar uur geslapen. We hadden de avond ervoor besloten om uit te zoeken wie van de drie de wiebelaar was. Annelies sliep op de achterbank van de auto, Anita sliep bij Marjolein, ik sliep bij Maarten. Zo hebben we ontdekt dat Maarten ‘s nachts in zijn slaap heroïsche gevechten levert tegen ridders, indianen en robots en in dezelfde moeite ook zijn teerbeminde ouders wakker houdt.

Racen naar Dune 45

Een heel konvooi aan de voet van Dune 45

Om 5u30 gaat de poort open richting Sossuvlei, maar alleen voor diegenen die overnacht hebben in kamp Sesriem. Buitenstaanders moeten wachten tot 6u30 om door te kunnen.

Vermits de zon om 6u opkomt, heb je dus een half uur om tot in de duinen te geraken, bij voorkeur aan Dune 45. Het is dus dringen voor een goed plaatsje aan de poort en dan start een hektische rit over het smalle asfaltbaantje. Een langgerekte sliert auto’s vliegt in ‘t aardedonker aan 100km/u de duinen in; af en toe moet er hard geremd worden voor de diepe putten in de weg. Achter ons begint het langzaam licht te worden en je zit als chauffeur voortdurend kilometers in minuten om te rekenen om te weten wanneer je aan de 45 zal zijn. Ergens kort voor 6u waren we er, en iedereen was druk doende om naar boven te gaan.

Zonsopgang

Plots werd het dan stil, iedereen ging zitten. Ik kan moeilijk beschrijven welke kleuren er allemaal aan te pas kwamen, maar plots zagen we heet eerste streepje zon. Het was echt wel een belevenis, maar het was voornamelijk de sfeer tussen de mensen die hiervoor zorgde

Persoonlijk wil ik dit wat relativeren. Zo goed als niemand die op die duin zit, heeft ooit een zonsopgang gezien, behalve misschien na een nachtje zwaar stappen. Zo goed als niemand is ooit zo onnozel geweest om speciaal voor een zonsopgang in ‘t holst van de nacht op te staan en in een dolle rit zijn leven te riskeren. Dus voel je je verplicht aan jezelf om dit ‘heel speciaal’ te vinden. Ik denk eerlijk gezegd dat de zonsopgang boven Zuienkerke even spectaculair kan zijn. Misschien zorgt de luchtvervuiling er nog wel voor wat extra kleuren.

Maar goed, ik heb het niet kunnen laten om er twee rolletjes diafilm door te draaien en eigenlijk hoop ik dat er eentje tussen zit die het vergroten waard is.

Uiterst zeldzaam beest gezien

Na de zonsopgang zijn we in een ruk doorgereden naar Walvis Bay. Onderweg kwamen we in rijk grasland, waar wat farmers actief zijn.

We klommen hoger de Naukluft bergen in en zagen een terrein dat ons herinnerde aan de mooiste stukken van Swaziland. Glooiende bergen, wat lage begroeiing, totaal verlaten. Knap, indrukwekkend. We gingen door de valleien van de Gaub en Kuiseb rivieren.

Dan kwamen we terug in de Namibwoestijn. In deze streek is de woestijn zo vlak als een dienblad en ontbreekt elk teken van leven. Bij een plas-stop zijn we ook geschrokken van de harde wind, die van overleven in deze vlakte echt wel een uitdaging maakt.

Midden in deze woestenij zagen we plots een soortement hond de weg oversteken. Het viel op dat hij een heel merkwaardige tekening had op zijn flanken. Later lazen we dat dit de Wilde Woestijnhond was, een uiterst zeldzaam beest.

Walvis Bay

In de buurt van de Kuiseb pass

Naarmate we de kust naderden, kleurde het zand meer geel en reden we terug door een duinengordel. Plots zagen we een glimp van de zee en we wisten dat we er bijna waren.

Walvis Bay is op zaterdagmiddag een uitgestorven stadje. Er valt in ‘t geheel niets te zien, noch te beleven.

Na de ellende van de voorbije nachten huurden we nu een appartement om eens te kunnen douchen en te slapen in een treffelijk bed.

Walvisbaai

Het weer was schitterend, de zee en de zonsondergang waren romantisch en we besloten om een dag extra te blijven hangen om een beetje op onze positieven te komen.

Duizenden flamingo’s en dolfijnen in het wild

Na een verkwikkende nacht besloten we eens op verkenning te gaan. De lagune van Walvis Bay herbergt een enorme kolonie flamingo’s. Langsheen de Esplanade kan je er al enkele honderden zien, maar verder naar de buitenkant van de stad zitten er in de ‘wetlands’ nog ettelijke duizenden. Zover je kan zien, overal zie je de beestje op stelten staan.

We zijn doorgereden tot buiten de lagune en eens gaan kijken naar de Atlantische kust. Het pootje baden liep wat uit de hand en iedereen begon kou te krijgen. Net toen we beslisten om terug te keren naar het appartement, kwamen er op minder dan 100m twee dolfijnen voorbij tuimelen in het water. Schitterend zicht, zonder meer. In mijn volgend leven wil ik een dolfijn zijn.

Geef een antwoord