Dan nog liever Planckendael

Deze morgen liep de wekker weer eens véél te vroeg af. We wilden immers om 8u aan het rijden zijn. De rit richting Mole was lang en zou over heel slechte wegen gaan.

Het lukte ons echter niet om tot bij de ontbijttafel te geraken. De bewoners en hun begeleiders waren bezig met de rondwandeling rond het domein. En of we nu wilden of niet, we werden door verschillende bewoners gewoon bij de hand genomen en moesten mee. Geen ontkomen aan. Maarten werd op sleeptouw genomen door een kleine jongen die geen woord sprak. Maar de rondleiding was uiterst kompleet: de slaapzaal, de beschutte werkplaats, de stortplaats. Anita, Annelies en ik werden door andere kinderen meegenomen en moesten overal een kijkje nemen. Dolle pret was het. Voldoening bij de kinderen omdat ze ons mee gekregen hadden. Trouwens, waar waren de geëngageerden die gisterenavond zo nodig hun misprijzen moesten laten blijken? Gewoon als bange hazen in hun hutje gebleven tot de wandeling over was, zeker?

De rit loste de verwachtingen geheel in: lang, slechte wegen. Het is hier duidelijk minder dicht bevolkt dan de regio waar we de voorbije dagen doorreden. Soms hebben we zowaar enkele minuten dat we niemand zien.

Toen we aankwamen in Mole, zagen we meteen dat dit een ander wildpark is dan wat we gewoon zijn. Bendes bavianen terroriseerden de aanwezige toeristen. De poort van het kamp was niet bemand, de afsluiting slechts symbolisch.

We wisten dat de zaak volgeboekt was en dat we zouden moeten kamperen. De camping was een hobbelig terreintje op zowat 100m van de kamers. Van afsluiting was er geen sprake. Er was wel toilet en douche.

We kregen het advies om onze tenten pas na zonsondergang op te zetten, want anders zouden de bavianen ze vernielen. Van zodra de zon weer op was, moesten we om dezelfde reden de tenten terug afbreken. Alweer: wat voor een kloteplek is me dat hier. Zelfs in de meest wilde kampen die we ooit bezocht hebben, was dit niet nodig. Er lijkt iets fundamenteel verkeerd aan dit park.

We besloten om eerst te lunchen en na amper twee uur kregen we ons bordje slappe frieten.

Om 15:30 konden we mee met een wandelsafari. Wij trokken onze bottines aan en namen voldoende water mee voor de ongetwijfeld zware tocht (hitte, vochtigheid) die ons te wachten stond. Er waren een 15tal mensen die wilden meegaan. De meesten stonden daar onder de grote receptieboom op hun slippers. Hoe fout kan het leven toch zijn?

Wie wilde, kon ter plekke laarzen huren, want hier en daar was er toch wat modder op het parcours. Verwondering alom. Ja, hallo? Einde regenseizoen in een wildpark: wat had je verwacht?

Wij dus goedgemutst op weg. Onze gids stelde zichzelf en het programma voor. We zouden drie kilometer (!!!!!!!) stappen en onderweg alle dieren zien die rondlopen in het park. Dat zou dus meteen de meest efficiënte safari zijn die we ooit ondernomen hebben.

Maar ja, hoor! Na vijf minuten wandelen haalde de gids zijn GSM boven en belde zijn collega’s om te weten waar de olifanten zaten. Dat bleek 150m verderop te zijn. In tegenstelling tot andere parken volgde er niks geen preek over “stil zijn”, windrichting en hoe ontsnappen bij een aanval. Neenee, gewoon recht op doel af. Op 30m van drie olifanten hielden we halt. Ik zwéér het je: nooit eerder heb ik iets gezien dat verder af staat van een “olifant in het wild”. Volgens mij waren dit drie gepensioneerde beesten van een of ander circus. Zet een vrolijk muziekje aan en die krasse oudjes beginnen pirouettes te draaien op hun linkervoorpoot.

De meeste mensen lieten het niet aan hun hart komen, haalden hun GSM uit hun sacoche en namen wat foto’s. Hier en daar ging een potsierlijk flitsje af. Ondertussen werd er raar gekeken naar mijn drie kilo zware zoomlens. De meesten vroegen zich waarschijnlijk af of je er ook olie mee kon raffineren.

En zo ging het de rest van het tochtje verder: de irrelevantie vér voorbij.

Alles in de receptie van Mole National Park ademt nonchalance. Niemand lijkt zich te realiseren dat men per slot van rekening nog steeds met wilde dieren omgaat. Het is gewoon een kwestie van tijd voor er hier eens een ernstig ongeval gebeurt.

Na de wandeling zijn we dan onze tentjes gaan opzetten. Ik werd prompt onderzocht door een kudde wrattenzwijnen die onze reistassen wilden kapotbijten. Toen ik schopte, werd ik aangevallen. Toen ik stevig begon rond te meppen met een dikke tak, vonden ze me niet meer leuk. De rest van de avond was het een beurtrol “jaag de varkens nog eens weg”. Leuk? Neen, hoor.

Diner was gelijklopend met de middag: ellendig trage bediening, eten amper eetbaar. Ik had “steak with pepper sauce” besteld. Ik kreeg een bord frieten en een soepkommetje vol saus-uit-tetrabrik waarin drie lapjes kapotgekookt rundsvlees dobberden.

Op de camping hebben we dan een kampvuurtje gemaakt. We vonden alleen nat hout, dat we moesten aansteken met papier (printouts) die al 10 dagen alle vochtigheid opgeslorpt hadden die ze konden bevatten. We moesten de Almachtige een paar keer volhardend aanspreken voor het lukte om vlam te krijgen in de houtstapel. Annelies en Maarten hebben zich de marshmallows laten smaken die uit België meegekomen waren.

Geef een antwoord