Helpdesk voor verdwaalde GPS-toeristen

Deze morgen zijn we gauw nog enkele geocaches gaan zoeken. En bij toeval hadden we een onbelemmerd zicht op de top van de Arenal. Klik-klik-klik deed het fototoestel.

De dag kon niet meer stuk, want we vonden twee caches in de lava-stroom van de gigantische uitbarsting van 1992.

Dan snel terug naar het hotel, valiezen pakken en op naar Monteverde. We besloten om eerst te gaan tanken, slaagden erin om downtown La Fortuna spookrijder te spelen, maar geraakten zonder verdere accidenten aan een kwart-tank diesel.

De rit richting Monteverde werd gedomineerd door GPS-verrassingen. De eerste verrassing hadden we een tiental kilometer buiten La Fortuna. Elk weldenkend mens zou ons via het Noorden van het stuwmeer sturen, maar onze GPS had een weg gevonden via het zuiden. De (papieren) wegenkaart liet begrijpen dat een niet onaardig stuk van die weg over wandelpaden ging. Dus namen we de geciviliseerde weg naar het noorden. Na een tiental kilometer staakte de GPS haar protest. De tijdswinst via het zuiden was dus niet enorm.

Zonder verdere problemen geraakten we rondom het meer in de richting van Monteverde. In een of ander klein dorp stuurde de GPS ons een “4×4 road” op. Een van de dorpelingen stond hard te zwaaien dat we dat niet mochten doen. Maar wat kon ons gebeuren? We hadden GPS. We hadden 4×4. So what?

De track in kwestie leidde ons langs adembenemende vergezichten, maar vooral langs een adembenemende afdaling met veel losliggende keien, diepe greppels, modder. Op een zeker ogenblik hoopte ik luidop dat we hier nooit in tegengestelde richting naar boven zouden moeten klauteren.

Het ging goed. Na een half uur zat er weer wat meer leven in onze track. We hadden de indruk dat hier de laatste maanden meer dan enkele vierwielers gereden hadden. Oef. We waren erdoor. En dan plots: Kaboem. Rivier. Op het eerste zicht doorwaadbaar, maar niet als je alleen bent. Dus maakten we noodgedwongen rechtsomkeer. Ik ontdekte dat onze auto ook in “L” (veldvitesse voor ex-miliciens) tot buitengewone prestaties in staat was.

Toen we de bewuste modderstrook naderden, heb ik eventjes het verstand op nul gezet, zorgen voor amortisseurs en bodemplaat opgegeven en onze kar door die hel gesleurd. Tot mijn opperste verbazing deed het ding exact wat ik ervan verlangde en raakten we zonder probleem terug in de bewoonde wereld.

Daar werden we prompt aangesproken door de jonge kerel die zo uitdrukkelijk had staan zwaaien. Bleek dat hij ontdekt had dat heel wat GPS-toeristen in zijn dorp radikaal de mist in gingen. Daarom had hij er niet beter op gevonden om die toeristen na hun misrijden een kaart met de juiste weg aan te bieden, inclusief een hotline. Die hotline activeerde een van zijn vrienden, die met crossmoto’s langs de weg stonden. En dat voor de luttele som van 2000 colones. “Sorry meneer, maar ik moet er nog taks bij rekenen…” Ik duwde hem 5000 Colones in zijn hand en weg waren we.

De resterende rit naar Monteverde ging over een iets minder ruwe gravel track en haspelden we vrolijk fluitend af aan een goeie 80 km/u. Plots kwamen we in een over-toeristisch dorp terecht en voor we het wisten waren we ons hotel voorbij.

Vanavond zijn we op ieders aanraden gaan eten in Johnny’s Pizza. Het was uitstekend. Meer hoeft daarover niet gezegd te worden.

En na veel SMSsen over en weer hebben we vanavond eindelijk Jens in levenden lijve gezien. Het was een prettige kennismaking met Jens & pa. Snel maakten we de afspraken voor morgen en iedereen kon onder zeil.

Geef een antwoord