De dode palmbomen van Cocora

Bij het slapengaan gisterenavond merkten we dat dit hotel geen enkele vorm van geluidsisolatie heeft. Toch waren het niet onze onderburen noch hun debiele keffer die ons om 6u wakker maakten. Neen, in een naburig hotel werd de “sfeermuziek” aangezet. Bij het boeken hadden we toch eens beter op de kaart moeten kijken, want we zitten hier midden in een wijk vol hotels. De muzak deed de libido geen deugd en dus namen we maar een koude douche.

Cocoravallei

We reden iets minder dan anderhalf uur richting Cocoravallei.

Wie haalt het in zijn hoofd om Montenegro als “ideale uitvalsbasis voor deze uitstap” te verkopen? Het kan niet anders dan een Hollander zijn.

De Cocoravallei heeft zichzelf uitgeroepen tot “uniek in de wereld” omdat er verschrikkelijk hoge palmbomen staan dood te gaan.

De miserabele camping

En je zal het geweten hebben: alles wordt hier in het werk gesteld om er nog de laatste Peso uit te persen voor de bomen allemaal weg zijn. Een officieel verkeersbord “parking” leidt je rechtstreeks af naar een betaalparking à €0.7 per uur –tenzij je voor minstens 20000 Peso consommeerde in het bijhorende restaurant. De paarden worden hier om je oren geslaan. Gidsen ook. Het vergt dus enige volharding om als normale wandelaar op zoek te gaan naar de start van het wandelpad. Zoals steeds is OpenStreetMaps onze beste gids.

Aha we zitten goed: we moeten betalen

Op het moment dat we weer eens moeten betalen, weten we dat we op het goede spoor zitten.

Het eerste uur wandelen we tussen de zieltogende palmen en dan gaan we het bos in. Het hele pad ligt vol met stront van paarden die de dikke Colombianen naar boven voeren. Iemand vertelde ons dat de extra hoogtemeters naar de Finca La Montana de moeite waren. We konden wel wat beweging gebruiken en deden de tocht omhoog.

Uitzicht vanuit de Finca

OK, we kregen een mooi vergezicht te zien. Maar wat we daar vonden, heeft even veel gelijkenis met een boerderij als mijn tuinhuis. Er werd aan de lopende band soep en broodjes-met-kaas verkocht. We dronken een kopje koffie en maakten dan de steile afdaling richting riviertje. En dan was het nog een kilometer of 4 richting auto. De laatste twee kilometer kwamen we terug op een pad dat ook door de paarden gebruikt wordt. En toen wist ik het: die bomen gaan hier kapot van de onwaarschijnlijke hoeveelheden paardenstront die hier de bodem ingaat.

Terugkeren over gammele hangbruggetjes

Dus, neen, de Cocoravallei heeft ons niet erg weten te bekoren. We waren blij dat we op zijn minst een stevige wandeling gehad hadden.

We hadden honger en waren geneigd om een hapje te eten in het restaurant bij onze betaalparking, maar daar was een plaatselijke charmezanger van jetje aan het geven. We lieten onze gratis uittocht uit de parking links liggen en voegden ons in het konvooi richting Salento.

Toen we terug aankwamen in het hotel, werden we een beetje vreemd bekeken. Alles werd er in gereedheid gebracht voor een privéfeestje. In de openluchtbar stond een lange tafel waarop oma nog volop bezig witte hemden aan het strijken was. Ik kreeg blikken van “want komt diene witte hier doen met zijn modderbottines?”, want iedereen liep er piekfijn opgedirkt bij. We zagen banners “gelukkige 50ste verjaardag” en wisten meteen wat de reden van de festiviteiten was.

Om het plaatje compleet te maken, werden we getrakteerd op tenenkrullende hoempapamuziek vanuit een naburig hotel.

Vogeltje in de tuin van El Palmar

Plots was iedereen verdwenen en we vroegen ons af wie onze spaghetti Bolognese zou koken. Opeens dook de kok op en we waren er gerust op. Eten was weer voortreffelijk en we genoten van de rust in het kamp.

Opeens doken alle feestvierders terug op en toen kwam Eric (eigenaar/baas) zich voorstellen en nodigde ons meteen op het feest.

Papegaai in de tuin van El Palmar

De gerant werd 50 en was bovendien 25 jaar gertouwd. Ze waren eerst naar de kerk geweest om hun trouwgelofte te hernieuwen en daarna was het dus tijd voor het feest.

Het werd een gezellig samenzijn en Anita pikte zo nu en dan wat Spaans op. Tot ieders jolijt was ik plots alert als het woord cerveza viel.

Geef een antwoord