Luxe!

Deze morgen was Dominic al vroeg in de weer. De open haard brandde, er was warm water, borden op tafel. We hebben ons laatste beetje proviand bijeengelegd, een deel opgegeten en de rest weggegeven. Mensen hebben hier honger.

Intussen waren ook Martha en Michael gearriveerd. We installeerden hen op de passagierszetel, Anita kroop achteraan bij de drie kinderen. Het was een beetje krap, maar wel doenbaar. Toch waren we allemaal blij toen we drie uur later in Rumphi stonden. Martha, omdat ze met Michael naar de kliniek kon, wij omdat iedereen zich terug kon “ontplooien”. En we waren toch tevreden omdat we onze goede daad gesteld hadden. Een kleintje, akkoord, maar beter dan helemaal niets.

Bestemming voor vandaag was Chinteche, waar je naar ’t schijnt de mooiste camping vindt van het hele land. Te oordelen aan de toegangspoort van de Chinteche Inn, waren we inderdaad beland in een sjieke affare: bewakers in uniform, walkie talkies. Even verderop het logo van Wilderness Safaris en we wisten voldoende. Het ritueel aan de receptie verliep perfect volgens het script:

“Hi, I am David, how are you?”: een man in perfect uniform, brede smile.

“We zijn een groep van 5 mensen.” Zijn smile wordt nog wat breder. Ik ben bang dat hij gaat scheuren.

“Er zijn drie kinderen bij”. Oeps. Smile betrekt.

“Is er nog iets vrij voor deze nacht?”. Hij vermant zich, begint te rekenen en komt met het verdict: voor $505 mogen we in een cottage, half pension.

“Tja, dat is wel wat duur. We zullen onze tentjes opslaan.” Smile is helemaal verdwenen. Inderdaad, meneer, we zijn “low added value” toeristjes.

Maar we hebben er verschrikkelijk van genoten. Het is hier werkelijk een sublieme plek. Water, wit zand, kamperen op gras en … verder niemand anders. We zijn de enige kampeerders in heel het domein.

Zodra we onze tenten opzetten, wordt het gazon geveegd. Het sanitair wordt gedweild. De chef van het restaurant komt langs met het menu. We kunnen nu bestellen, zodat we straks niet te lang moeten wachten in het restaurant.

Op het strand worden we aangesproken door jonge kerels die allerhande houtsnijwerk verkopen. Een van de mannen stelde zich voor als de zoon van het stamhoofd. Hij was ten zeerste geïnteresseerd in Annelies en beloofde om met zijn pa te overleggen of hij ons alle vissersboten uit de baai kon bieden in ruil.

Geef een antwoord