“‘k Trek het me allemaal niet meer aan”

Enkele dagen geleden waren we alle besef van tijd verloren en deze morgen waren we klaar voor een volgende stap: totale normvervaging.

Zowat alles wat we thuis belangrijk vinden, blijkt hier plots onbelangrijk. Wat ze van mij denken, hoe ik eruit zie: lulkoek. Kortom: ‘k trek me er gewoon geen fluit van aan. Veel belangrijker: is er nog melk genoeg voor in de koffie? Hebben we vlees voor vanavond? En hout? En cash om diesel te kopen? En de rug van Annelies? En de knie van Hans?

Vandaag hadden we weer een blitz-tenten-afbraak en dito ontbijt. Bijna op automatische piloot deed ieder zijn deel van het werk en na amper 2.5u waren we klaar om te vertrekken richting Namib-duinen.
45 kilometer verder stonden we midden tussen de rode duinen van de Namib.

Wie gezond was in lijf en leden kroop de Dune 45 op. Sommigen kwamen halfweg de man met de hamer tegen, Veronique botste tegen haar hoogtevrees aan.

Al meer dan twee dagen liepen Didier en Tom gestresseerd over hoe ze door de zandbak naar Deadvlei zouden geraken. In opperste wanhoop werd zelfs de handleiding van de auto erbij gehaald. Nu kreeg ook Anita het op de heupen, want Hans was niet in staat om te rijden. Eenmaal ter plekke deed ieder zijn ding en het ging verbazend vlot vooruit. Nog eens een bewijs dat we op onze vorige reis door Sabonazi Car Rentals een echt wrak aangesmeerd gekregen hadden.

Zicht vanop de parking bij Deadvlei

Op de parking bij Deadvlei hebben we wat fruit gegeten, gedronken en afgesproken wat we nu verder zouden doen. Tom, Annelies en de kleinste kids zouden naar Deadvlei wandelen. Twee auto’s zouden terug de zandbak uitrijden en daarna zouden de sterksten wandelen naar Hidden Vlei om daar een cache te zoeken.

De wandeling in Deadvlei verliep probleemloos, maar was echt niet van de poes. Alle water moest eraan geloven en op ’t einde kwamen er wat tranen aan te pas om de kleintjes mee te krijgen.

Tijdens de andere wandeling is een en ander heel grondig fout gegaan. De twee jongens zagen het niet zitten om te wachten op de rest, hadden snel de coördinaten van de cache in de GPS gestoken en waren zonder zonnebescherming en zonder water vertrokken.

De volwassenen volgden met slechts een 500m achterstand. Toch duurde het bijna een uur voor ze de jongens gevonden hadden: volkomen uitgeput door de verschroeiende hitte van het zand. Dit hoefde geen kwartier meer te duren.

Snel werd de geocache bovengehaald en kon de terugtocht beginnen. Het was absoluut verbijsterend te zien wat 1500m stappen in een loden hitte met een mens kan doen. Toen de wandelaars terug bij de auto kwamen, kwamen er meerdere zakjes ORS aan te pas om iedereen weer enigszins op te lappen.

Door dit avontuur hadden we heel wat tijd verloren en er volgde nog een lange rit richting Walvisbaai. Beetje bij beetje draaide de zon verder naar het westen en rond 17u bleek dat we de hele Kuiseb pas door zouden moeten rijden in het pikkedonker.

20km voorbij het dorpje Solitaire hebben we dan nog een professionele gids uit de nood moeten helpen, want die was zonder diesel gevallen. Een jerrycan afstaan was geen optie, dus reden we over en weer naar Solitaire om hem te helpen.

Helaas konden we niet genieten van de schoonheid van de Kuiseb canyon. Neen, in de plaats daarvan maakten we een flink politiek statement: gedurende meer dan 10km reden we aan 100km/u spook op een kronkelende grindweg. Het is nu zeker: zot zijn doet echt geen pijn.

Rond 21u belandden we in het hotel Ngandu at sea en stelden vast dat ze vier jaar na onze vorige doortocht nog steeds niet kunnen koken. Maar ze waren er bijzonder vriendelijk. Tussen pot en pint kwamen we samen tot de conclusie dat we echt te hard aan het gaan zijn. Vroeg of laat moeten hier serieuze ongevallen van komen. Dus gaan we het iets rustiger aan doen. We laten de rit langs de Atlantische kust vallen en rijden onmiddellijk het binnenland terug in, richting Omaruru.

Geef een antwoord